Toernooien hebben vaak een eigen handtekening, en die van dit WK begint zich af te tekenen. Ploegen die hoog druk zetten en de tegenstander geen seconde rust gunnen, halen de meeste resultaten. Het oude idee dat je op een groot toernooi vooral moet loeren en counteren, lijkt dit keer minder op te gaan.

Opvallend is de rol van de vleugelverdediger. Backs schuiven massaal mee naar voren en fungeren als extra aangever, waardoor de buitenspelers naar binnen kunnen trekken. Dat levert spektakel op, maar ook risico, want de ruimte achterin is soms levensgevaarlijk groot.

Tegelijk zien we dat conditie en wissels steeds belangrijker worden. Wedstrijden kantelen vaak na het uur, wanneer de eerste benen zwaar worden en de bank het verschil maakt. Een brede selectie is daarom goud waard.

Tot slot valt de mentaliteit op. Achterstanden worden zelden geaccepteerd, en juist de ploegen die blijven geloven, pakken de stunts. Dit is een WK voor de durvers, en dat maakt elke avond opnieuw onvoorspelbaar.