Dit WK is het grootste ooit, en dat merk je aan alles. Achtenveertig landen, drie gastlanden en een speelschema dat zich uitstrekt van de westkust van Mexico tot het oosten van Canada. De afstanden zijn enorm, en juist dat maakt de planning tot een sluipend wapen.

Ploegen die slim omgaan met reizen, tijdzones en herstel, hebben een streepje voor. Een korte vlucht en een vertrouwd basiskamp kunnen net dat beetje frisheid opleveren dat in de slotfase telt. De staf rond de selecties is daarom groter en specialistischer dan ooit.

Voor de supporters is het een avontuur. Wie zijn ploeg volgt, legt soms duizenden kilometers af, maar wordt beloond met een sfeer die van stad tot stad verschilt. Het ene stadion bruist op zijn Latijns-Amerikaans, het andere baadt in ingetogen Noord-Amerikaanse efficientie.

Wat overblijft, is een toernooi dat aanvoelt als een reis door een heel continent. En misschien is juist dat de blijvende herinnering aan dit WK, los van wie uiteindelijk de beker omhoog mag houden.