Met de laatste groepsduels achter de rug schakelt het WK over op de fase waarin niets meer mag misgaan. Voor Oranje betekent dat een reeks afvalwedstrijden waarin een mindere dag genadeloos wordt afgestraft. De ploeg oogde in de poule fris en doelgericht, maar de tegenstand wordt nu met elke wedstrijd zwaarder.

Het eerste obstakel is vaak een tegenstander die zich via de achterdeur plaatste en niets te verliezen heeft. Juist die ploegen zijn lastig, omdat ze compact spelen en loeren op de counter. De bondscoach zal willen dat zijn elftal geduldig blijft en de bal laat lopen tot er ruimte ontstaat.

Daarna wordt het pad steiler. In een mogelijke kwartfinale dreigt een ontmoeting met een van de titelkandidaten, en pas dan weten we echt hoe ver deze generatie kan komen. De selectie heeft de breedte om te roteren, en dat kan in een toernooi met korte rust het verschil maken.

Wat opvalt, is het zelfvertrouwen. Spelers durven verantwoordelijkheid te nemen en de onderlinge sfeer lijkt sterk. Als Oranje dat vasthoudt, is een lange reis in dit toernooi geen wensdroom maar een reeel scenario.